Afgelopen weekend was het weer zover: brouwdag. En niet zomaar één — deze stond volledig in het teken van ons nieuwe witbier: Kale Snavel & Lange Veer. Samen met (Kale) Cor en (Lange) John hebben we er een mooie, maar vooral gezellige dag van gemaakt.
Een goed begin
Zoals het hoort begonnen we op tijd. Ketel aan, koffie erbij en eerst alles rustig klaargezet. Mout afwegen, hop klaarleggen en natuurlijk even alle stappen doornemen. Zuster was ondertussen weer lekker bezig aan de camper aan het knutselen. Dus ondertussen hebben we daar uitvoerig naar staan kijken hoe die voortgang ging en hier en daar een klein handje uitgestoken.
De basis: mout en maischen
Voor dit witbier zijn we gegaan voor een klassieke, maar iets aangepaste stort:
- Pilsmout als stevige basis
- Tarwevlokken voor het typische witbierkarakter
- Havervlokken voor een zachte, romige body
Tijdens het maischen kwamen de eerste geuren al vrij — altijd het moment dat je weet: dit gaat goed komen. Rustig door de stappen heen, goed roeren en vooral niet haasten.
Spoelen en koken
Na het maischen hebben we rustig gespoeld (heel belangrijk met zoveel tarwe), waarna we uitkwamen op een mooie hoeveelheid wort in de ketel. Wel zo dat met zoveel vlokken de doorloop van het maischen niet optimaal was. Maar een prima SG van 1.055 gehaald. Als deze lekker doorgist komt er toch een prima 5-5.5% biertje uit!
Tijdens het koken hebben we het bier opgebouwd zoals het hoort:
- Saaz hop voor een zachte bitterheid
- Hallertau Mittelfrüh voor een subtiel aroma
- En natuurlijk op het einde:
- koriander
- sinaasappelschil
Dat moment dat die kruiden erin gaan en de hele ruimte begint te ruiken naar fris, kruidig witbier… dat blijft toch magisch. De kleur hebben we het niet over, het leek wel grijs afvalwater wat eruit kwam maar ok…. spoiler. Na een paar dagen in het vergistingsvat kon ik het niet laten een check te doen. En nu wordt hij mooi wit en troebel. Hoegaarden zal jaloers zijn.
Van wort naar bier
Na het koelen ging het wort het gistvat in en hebben we gekozen voor een witbiergist die het bier nét dat beetje extra karakter geeft. Nu is het wachten begonnen — altijd het minst geduldige deel van het proces.
Maar eerlijk is eerlijk: het brouwen zelf is maar de helft van het verhaal. De andere helft zit in de gezelligheid.
Tussendoor werd er uiteraard ook al vooruitgekeken naar het moment dat we dit bier eindelijk kunnen proeven.
Nog even geduld…
Als alles volgens plan loopt, hebben we over een paar weken een fris, licht troebel witbier met een zachte kruidigheid en een mooie doordrinkbaarheid.
Eentje die perfect past bij een zonnige middag — of gewoon een goed verhaal aan tafel met slap gelul en een hapje.